Over Louis de Vries
Op dingen vallen
Sommige materialen bereiken de kunstenaar spiksplinternieuw en kakelvers. Ze worden gekocht in een winkel voor kunstenaarsbenodigdheden. De koper rekent ze af aan de kassa en gaat er in zijn atelier mee aan de slag.
Zo niet Louis de Vries.
Hij sprokkelt zijn materiaal eigenhandig bij elkaar. Buiten, binnen, waar dan ook, is hij er, als een jutter, altijd op uit om iets te vinden.
Het moet wel oud zijn, althans, het moet niet nieuw zijn. Er moet een beetje door de tijd aan geknabbeld zijn, zodat het ding gebleekt is of verroest, beschadigd of verkleurd, gebladderd of, in elk geval, ontheemd.
Als het een aparte vorm heeft of een mooie huid, dan wordt het door Louis gezien en dan kan het gebeuren dat hij het opraapt en in één van de plastic zakjes stopt die hij voor dat doel altijd bij zich heeft. Dat het vervolgens in het atelier op een krant wordt uitgespreid. Want de buit moet drogen en wennen.
Soms moeten de gevonden voorwerpen geborsteld of afgekrabd, om viezigheid en zand te verwijderen. Ze worden los geweekt van hun verleden en vervolgens in kratten gerubriceerd.
Er zijn een stuk of zeven kratten waar de dingen met soortgelijke kenmerken in belanden: een krat met ronde vormen bijvoorbeeld en een krat met dingen met verfresten.
Alleen de spullen die om hun uitgesproken en opvallende vorm zijn meegenomen worden, voor permanent oogcontact, geëtaleerd op een plank. Want Louis de Vries moet net zo goed wennen.
Als dan het materiaal zo is verzameld en voorbereid, moet duidelijk worden wat van de dingen hun nieuwe bestemming wordt.
Uiteindelijk zullen ze een onderdeel vormen in het werk van Louis.
Dat gaat niet altijd spoorslags.
Soms ligt een ding jaren in één van de kratten vooraleer duidelijk is waar het nieuwe leven zich gaat afspelen. Sommige voorwerpen bereiken die bestemming nooit. Ze hebben een zodanig uitgesproken opvallende vorm, bijvoorbeeld, dat ze geen onderdeel kunnen worden van iets nieuws. Ze zijn al te veel van zichzelf.
Het steekt nauw om materiaal te zijn.
Uiteindelijk komt het allemaal op intuïtie aan. Die bij Louis in explosieve, geconcentreerde sessies van een paar uur wordt ingezet om de dingen met elkaar in nieuw verband samen te brengen. (Dat met dat en dan dat daar of dat misschien op zijn kop en dat omgekeerd er tegenaan.)
Zorgvuldig worden de verschillende onderdelen aan elkaar gemaakt. Met een deuvel en constructielijm. Of met een ijzeren pennetje.
Er groeit iets uit de handen van Louis wat een assemblage wordt, een samenstelling, een ruimtelijke collage. Of het wil de hoogte in en heeft geen muur nodig om aan te hangen omdat het op zichzelf staat.
In plaats van lijm en deuvels gebruikt Louis ook een drukpers om de dingen hun verband te geven. In zijn grafische werken gaat de afdruk van het één samen met de afdruk van het ander.
Zo ontstaan platte assemblages: niet de dingen zelf krijgen nieuw verband, maar hun afdrukken. De inhoud van de kratten echoot in de bladen grafiek.
Louis de Vries is een kunstenaar die aan recycling doet - zou je kunnen zeggen.
Hij geeft de dingen een nieuw leven. Door ze als materiaal te zien en ze vervolgens als zodanig te verwerken.
Of moet ik zeggen: door zijn gevonden spul de kans te geven een aanwezigheid te worden in zijn kunst. Want uiteindelijk, zegt Louis, dicteert het kunstwerk zichzelf. Vinden de dingen zelf hun plaats. Dringen de kleuren zichzelf op. Wat de kunstenaar moet doen, is meegaan op de weg die de spullen hem wijzen. Niet vasthouden aan wat er in zijn eigen kop zit, maar zich overgeven aan wat het materiaal van hem vraagt. Tenslotte verrast hem dan zijn eigen werk.
Zo zijn de dingen en Louis de Vries aan elkaar gewaagd. Hebben elkaar in gelijke mate nodig. Om te worden namelijk die ze zijn: een kunstenaar en zijn kunst.
Margaretha Louwers